WWat was de Latijnse school?

Snijraam van Erasmus in de Latijnse School

Eerste eeuwen

De stichtingsdatum van de Latijnse school is niet bekend. In 1215 kregen alle kapittelkerken, dus ook de Deventer Lebuinuskerk, vanuit Rome de opdracht een docent aan te stellen, die jonge aanstaande geestelijken in het Latijn en het zingen moest onderrichten. Als de school al niet eerder bestond, moet zij in dat jaar of kort daarna zijn gesticht. Over de beginperiode weten we heel weinig. De oudst bekende rector was meester Godschalk, werkzaam van 1311 tot 1324, die tegelijk stadssecretaris was.

In 1374 veranderde de kapittelschool in een stedelijke Latijnse school. De stad die onderwijs voor haar burgers belangrijk vond, kreeg het recht de rector te benoemen en betaalde voortaan een deel van de kosten. Van iets vroegere datum zijn de eerste schoolregels, wellicht de oudste in Nederland. Ze handelen over zangonderwijs, godsdienstoefeningen schoolgeld en over het gedrag dat van de rector of en de praeceptor of leraar werd verwacht. Over het eigenlijke onderwijs vertellen ze niets. Beroemde leerlingen uit de vroege periode zijn Geert Grote (1340-1384), stichter van de Moderne Devotie, en Thomas a Kempis (1379/1380-1471), schrijver van de "Navolging van Christus".

Hoogtepunt

In het laatste kwart van de vijftiende eeuw maakte de school een grote bloeitijd door. De beroemdste leerling uit die periode (en uit de hele geschiedenis van de Latijnse school) is niemand minder dan Erasmus (1466-1536). die van 1478 tot 1484 met zijn moeder in Deventer woonde. Toen zij in 1484 aan de pest was overleden, vluchtte Erasmus de stad uit en trok naar Den Bosch.

In 1483 maakte Erasmus het aantreden mee van de nieuwe rector Alexander Hegius (1439/1440-1498). Deze was geboren in Burg Steinfurt (Westfalen) en had een grote belangstelling voor het gedachtengoed van de renaissance, het humanisme. Voor zijn komst naar Deventer was hij rector geweest in Wesel en daarna in Emmerik, waar hij Grieks had geleerd. 

In Deventer voerde hij talloze vernieuwingen door. Hij zorgde ervoor dat klassieke Latijnse auteurs werden gelezen en liet Grieks in het curriculum opnemen, waarmee de Deventer voor Noord-Europa de primeur kreeg. Boekdrukkers, die toen in Deventer heel actief waren, zorgden voor schoolboekjes. Van alles uit het hoofd leren werd daardoor minder belangrijk.

Volgens Johannes Butzbach, die van 1498 tot 1500 de school bezocht en hierover een boeiend verslag schreef, telde de school wel 2200 leerlingen. Dat aantal moet sterk overdreven zijn, maar we mogen daaruit wel afleiden dal de huisvesting van leerlingen die van buiten kwamen, niet altijd eenvoudig was. Sommigen woonden bij particulieren in huis. anderen in officiële studentenhuizen zoals het Arme Fraterhuis en de Bursa Cusana.

De school was aanvankelijk gehuisvest aan de Kleine Poot. Aan het eind van de vijftiende eeuw ging zij over naar het Grote Kerkhof (huidige nummer 6). Aan de gevel zijn nu portretten te zien van rector Hegius en beroemde leerlingen.

Over het onderwijs uit de bloeiperiode is niet heel veel bekend. We weten meer van de gang van zaken in de zestiende en zeventiende eeuw. onder meer dankzij meer uitvoerige schoolreglementen. De reglementen van 1536 en 1564 gelden nog voor katholiek onderwijs. Aan het eind van die eeuw werd het onderwijs op calvinistische leest geschoeid. In 1619 kwam de school onder toezicht van een schoolraad, waartoe ook twee predikanten behoorden. De schoolraad verdween in de Franse tijd; de school kwam toen onder staatstoezicht te staan. In 1848 werd de Latijnse school in een gymnasium omgezet, dat als Alexander Hegiusgymnasium tot 1971 zelfstandig zou blijven.