Wat is de geschiedenis van 'Deventer koek'?

Deventer Koek- en suikerwerkfabriek voorheen J.P. Coelingh en Zn. Koekinpakkerij

Bij de naam Deventer denken veel mensen direct aan Deventer koek. Deventer draagt ook de naam Koekstad. Wanneer de Deventer koek voor het eerst gemaakt is. weten we niet. Waarschijnlijk gebeurde dat al in de middeleeuwen. Het stadsbestuur stelde in 1417 regels op voor het maken van koek, die in 1534, 1544 en 1557 veranderden. Deze regels bevatten strenge bepalingen over de te gebruiken grondstoffen. 

Zodoende kon de koek lang goed blijven en de concurrentie met andere steden doorstaan. De kwaliteit van het water speelde ook een grote rol. De stad vond het belangrijk de kwaliteit van de koek te bewaken. Naast het eigen teken van de bakker moesten de koeken eveneens van de stadsadelaar zijn voorzien. De lange houdbaarheid maakte export naar verre oorden mogelijk zoals Bergen in Noorwegen en havens aan de Oostzee.

In 1820 nam Jacob Bussink een koekbakkerij Schutte aan de Nieuwe Markt over. Zijn bedrijf is als enige blijven bestaan. Het behaalde aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw talloze onderscheidingen bij binnen- en buitenlandse tentoonstellingen.

In 1593 telde de stad 13 en in 1637 zelfs 25 koekbakkers. die allen lid waren van het koekbakkersgilde. Slechts door het afleggen van een eed kon men tot dit gezelschap toetreden. Een bord van dit gilde, dat dateert van 1634, hangt nu nog in het Deventer stadhuis.

In 1980 schreef drs. P. een gelegenheidsgedicht op de Deventer koek, waarvan de eerste twee strofen luiden:

Onlangs zat ik in een spoortrein te reizen 
En de stad Deventer lag in 't verschiet 
Om mijn bekendheid daarmee te bewijzen 
Schreef ik gezwind een gelegenheidslied 

Deventer koek, Deventer koek 
Iedere stad zucht wel onder een vloek 
Deventer koek, Deventer koek 
Voor het onwelkom familiebezoek