WWat betekende de aanduiding Hanzestad voor Deventer?

Kaart Overijssel

Deventer is een van de oudste steden van Nederland. In de tweede helft van de 8e eeuw wordt al melding gemaakt van een nederzetting van kooplieden. In 896 verkrijgt Deventer de eerste privileges van koning Zwentibold; in 1046 is de stad in het bezit van een tol en het muntrecht en al voor het begin van de 13e eeuw is er sprake van een koopliedengilde. Dat is de vroege ontwikkeling van de stad in vogelvlucht.

Deze ontwikkeling is in hoge mate te danken aan de ligging van de stad aan de IJssel. Via de Zuiderzee lag de route naar de Noordzee en Oostzee open. Naar het eiland Schonen in zuidwest Zweden voer men voor haring, voor stokvis was Bergen in Noorwegen het doel. Daarnaast had men contacten met de Noordduitse steden Lübeck, Hamburg en Bremen, en met Engelse steden Lynn, Boston en Newcastle. Behalve de vis omvatte de lading, als men huiswaarts reisde, graan, hout en pelzen. Op de heenweg vervoerde men laken, wijn, zout en turf. Dat laatste deed vooral als ballast dienst.

Over land liepen er belangrijke routes van Vlaanderen en Holland via Deventer, zoals via Twente naar Osnabrück en Münster, via Emmerik of Wezel naar Duisburg, Keulen en Frankfurt, en via de Achterhoek naar Dortmund, Braunschweig en Magdenburg. Zowel op de lijn noord-zuid als op die van oost naar west fungeerde Deventer als doorvoerhaven en dat leidde ertoe dat de kooplieden zich gingen toeleggen op de marktfunctie van de stad.

De stad hield jaarlijks vijf jaarmarkten, te beginnen in het voorjaar met de Midvastenmarkt die in maart of april viel en af te sluiten met de St. Maartensmarkt rond 11 november. Daartussen vielen nog de St. Jansmarkt rond 24 juni, de St. Jacobsmarkt rond 25 juli en de St. Egidiusmarkt in begin september. Die jaarmarkten vergden een grote inspanning van de stad op het terrein van vrede en veiligheid.

Deventer was in de tweede helft van de 14e en het begin van de 15e eeuw samen met Kampen en Zwolle en de bisschop van Utrecht betrokken bij de bestrijding van de Gelderse en Overijsselse roofridders. Bovendien beveiligde de stad de IJssel en bracht de kooplieden zo nodig onder escorte naar de stad. Deventer had er dus groot belang bij om zijn handelsactiviteiten te beschermen en dat lukt het beste in groter verband. Vandaar zijn deelname aan de Duitse Hanze.

Wat moeten we verstaan onder de Duitse Hanze? De Duitse Hanze was oorspronkelijk een verbond van kooplieden die handel dreven op de Oostzee. Zo'n vereniging voor de bescherming van handelsbelangen was noodzakelijk, omdat er geen ander instituut beschikbaar was om die belangen te beschermen. 
 
In het midden van de 12e eeuw, toen er voor het eerst sprake was van een Duitse Hanze, lag de ontwikkeling van nationale staten nog in een ver verschiet. Naarmate de steden zich verder ontwikkelden en er meer kooplieden zitting kregen in de stadsbesturen, veranderde het verbond in een verbond van steden. 
 
De bloeiperiode van de Duitse Hanze heeft geduurd van de 13e eeuw tot het begin van de 15e eeuw. De Noord-Duitse stad Lübeck had de leiding. In wisselende aantallen zijn er ongeveer 200 steden in meer of mindere mate bij betrokken geweest. De handelsbelangen van de Hanze strekten zich in Noord-West Europa uit van Novgorod in Rusland tot Newcastle en Londen in Engeland, tot de Franse kustplaatsen en die in Vlaanderen en Holland en over de IJsselsteden tot ver in midden Duitsland.

Gezamenlijk wisten de kooplieden voorrechten van plaatselijke autoriteiten af te dwingen. Wie lid was, deelde daarin mee, maar was tevens gebonden aan de regelgeving van het verbond. Omstreeks 1350 bezat de Hanze vrijwel een handelsmonopolie in de Oostzee en de Noordzee. In de 15e eeuw ging de macht van de Hanze achteruit ten opzichte van de macht van de Engelse en Franse koningen en in onze gebieden vooral van die van de hertogen van Bourgondië. Deze machten voelden zich geroepen hun eigen kooplieden te beschermen en daarmee natuurlijk hun eigen inkomsten zeker te stellen. Bovendien was hun macht, die centraal werd aangestuurd, in tegenstelling tot de gedecentraliseerde macht van een stedenvereniging, veel sneller te mobiliseren dan die van de Hanze. 
 
Het komt erop neer dat de Hanze daar niet tegen opgewassen bleek te zijn. Toen Karel V in het midden van de 16e eeuw de Nederlandse gewesten onder zich verenigd had, hield de betekenis van de Hanze voor de Nederlandse steden op. De Duitse Hanze trok zich terug op Duits grondgebied en hield tenslotte ook daar op te bestaan, hoewel dat nog ruim een eeuw duurde. Voor Deventer betekende deelname in het stedenverbond een van de manieren om zich te handhaven in de middeleeuwse maatschappij. De deelname hield op, zodra het geen voordeel meer opleverde en dat gold voor de meeste deelnemers.

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw treffen de voormalige Hanzesteden elkaar weer, maar deze bijeenkomsten hebben hoofdzakelijk een folkloristisch en toeristisch karakter.