SSinds wanneer kent Deventer stadsrechten?

Vermelding Stadsrecht Deventer in charter Zwolle

De meeste rechtsregels gelden tegenwoordig voor het gehele land. Alleen op kleinere deelgebieden stellen provincies en gemeenten aanvullende verordeningen op. In de middeleeuwen daarentegen gold voor het gewest (Overijssel) het landrecht dat de landsheer (de bisschop van Utrecht) had uitgevaardigd. Alleen voor de steden gold dat recht niet: die beschikten over de bevoegdheid om hun eigen regels te stellen, uit te voeren en te handhaven. Het stadsrecht maakte de plaatselijke gemeenschap juridisch los van het omringende platteland.

In sommige gevallen zijn "stadsbrieven" of "stadsrechtprivileges" bewaard gebleven. Daarin is het oudste recht van een plaats te vinden. Bij zeer oude steden, zoals bijvoorbeeld Deventer, maar ook Kampen en Tiel is een dergelijke oorkonde niet voorhanden. Het is zelfs de vraag, of oorspronkelijk van een schriftelijke toekenning van stadsrecht sprake is geweest. Waarschijnlijk hebben de eerste stadsrechten zich uit het koopliedenrecht ontwikkeld.
 
Vast staat niettemin dat Deventer, de oudste stad van Overijssel, omstreeks 1200 kon worden aangemerkt als een autonome stad. In 1230 ontving Zwolle namelijk van de Utrechtse bisschop het recht van Deventer, welk recht toen dus al bestond. Daarmee is tevens een eerste aanwijzing gegeven voor het ontstaan van de "Deventer stadsrechtfamilie": een reeks rechten van onderscheidene steden die van elkaar waren afgeleid. Naast Zwolle waren dochtersteden van Deventer bijvoorbeeld: Rijssen, Oldenzaal. en Almelo. Dochters van Zwolle, en dus kleindochters van Deventer, waren onder meer: Genemuiden, Steenwijk en Vollenhove.
  
Het stadsrecht van Deventer is bewaard gebleven in drie Rechten en gewoonten der stad Deventeredities: uit 1448. 1486 en 1642. Een moderne uitgave of een rechtshistorische studie hiervan bestaat niet. In zijn oudste privileges (vanaf ongeveer 1225) ruimde de bisschop nog een voorname plaats in voor zijn vertegenwoordiger in de stedelijke regeringen: de schout. In de oudst bewaard gebleven uitgaven van het Deventer stadsrecht is van een bisschoppelijke schout al geen sprake meer. Deventer was in hoge mate autonoom geworden, beschikte over zijn eigen recht en had met de landsheer weinig meer van doen.  

Na de overdracht van het bestuur over Overijssel van de bisschop aan Karel V (1528) probeerde deze meer zeggenschap over zijn gewest en de steden te krijgen. Daarbij stuitte Karel echter op grote tegenstand. Zijn dynastie zou nooit de volle regeringsmacht over de Noordelijke Nederlanden krijgen.

Toen Deventer vanaf 1591 definitief deel uitmaakte van de Republiek van de Verenigde Nederlanden, bleef de stad binnen die staat zeer autonoom. Zonder inmenging van buitenaf koos zij haar eigen regering, die wetgeving, bestuur en rechtspraak in volle omvang in handen had. Eerst het regeringsreglement van 1675 zou daar in zoverre verandering in brengen, dat de stadhouder zeggenschap kreeg over de samenstelling van de regeringscolleges. Een echte verandering trad eerst in, toen Deventer in 1795 deel ging uitmaken van de eenheidsstaat.