SSchatkist

  • Kaart van Overijssel, Kraijenhoff, 1829
27-02-2018

In het kaartendepot in het HCO staat één kast waar wij wat extra aandacht aan willen geven. De laden gaan piepend open, maar in die laden liggen de mooiste kaarten.
Ester Smit uit team Collecties schreef een mooi stuk over deze schatkist.

In 2005 besloot men in het Provinciehuis ruimte te winnen door de bibliotheek in te krimpen. De kaartencollectie moest worden opgeheven en overgedragen. Collega Jan Wigger zag gelukkig kans om een schouw te houden. Hij heeft het archiefbestand bekeken, ‘teneinde [zoals Jan schreef in zijn rapport in maart 2006] inzicht te krijgen in de aard en aantal van deze kaarten’. Het gaat om 2834 kaartbladen. Sommige kaarten horen bij elkaar, een andere staat los, en soms vraag je, je af hoe een kaart in deze kast terecht is gekomen.

Gewapend met het rapport van Jan en een lijst uit ons beheersysteem MAIS ging ik aan de slag met de kast, die bijna uit haar voegen barst. Een kaart verdient speciale aandacht. Collega’s van andere instellingen zijn er jaloers op: ‘die hebben wij niet’, ‘bijzonder, ik heb zoiets nog nooit gezien!’.

Kraijenhoff en driehoeken
De ‘Bladwijzer der Choro-topographische kaart der Noordelijke Provinciën van het Koningrijk [sic!] der Nederlanden’ ziet er een beetje saai uit. Koninkrijk staat met g geschreven. Het blad is stoffig. Maar de driehoeken die erop staan duiden op de befaamde driehoeksmeting, uitgevoerd door Luitenant Generaal Baron Kraijenhoff. Hij was kommandeur, gouverneur van ingenieurs en van sappeurs. Vergeten beroep met een vreemde naam. De volgende acht bladen zien eruit alsof ze gisteren zijn gemaakt, met de mooiste kleuren.

Nadat het Koninkrijk der Nederlanden was geformeerd in 1814 moest het bestuurlijk-militaire bestel opnieuw worden ingericht. Kraijenhoff werd inspecteur van de fortificaties. Tegelijkertijd werd het Topografisch Bureau opgericht, met het doel Nederland goed in kaart te brengen (daar hoorde België toen nog bij). In de Frans-Bataafse tijd (1795-1814) waren de Fransen al begonnen met de kaart en na 1814 ging de Nederlandse Staat ermee verder. De koperplaten werden aangepast. Franse namen werden vervangen door Nederlandse. De kaart (bestaande uit negen bladen) was in 1823 gereed. Voor het eerst was er eentje van heel noordelijk Nederland, het zuiden (België) zou later volgen, zo was het plan. De kaart geeft de topografie weer in een schaal van 1:115.200 (dat wil zeggen een centimeter is in werkelijkheid 115.200 centimeter). Het verhaal gaat dat Nederland nog kleiner was dan men aanvankelijk dacht. Aan die schaal lag een goede meetkunde (door middel van de driehoeksmeting) ten grondslag.

Door het intensieve gebruik waren de koperplaten versleten. Hierom besloot men tot een bijgewerkte heruitgave, daarbij kwam dat de kusten in Zeeland waren gewijzigd. Bovendien ging het met de verkoop zo goed, dat er wel bijgedrukt moest worden. Voor Zeeland en de Zuiderzee werd een nieuwe koperplaat vervaardigd. De graveurs moesten in spiegelbeeld de kaart ingraveren. Een tweede graveur nam de letters, de dijken en de wegen voor zijn rekening. In 1829 waren ze klaar.

Kaart van Overijssel, Kraijenhoff, 1829

De verschillen tussen de diverse uitgaven zijn in het tijdschrift Caert-Thresoor op een rijtje gezet. Door de details te vergelijken zoals plaats van de (romeinse) bladnummering (bij onze kaart rechtsboven), Zeeland weergegeven op blad III en het titelblad genummerd met I, en de loop van de nummering (van boven naar beneden en van links en rechts) kunnen we zien dat wij van doen hebben met een exemplaar uit 1829. Dat staat er ook op, dus dat klopt gelukkig. Met de verkoop ging het met de tweede uitgave niet zo best. De markt was verzadigd en er was concurrentie van nieuwe kaarten met een schaal van 1: 50.000. Bij het Ministerie van Oorlog bleef de behoefte van een grote basiskaart bestaan. Hierop konden linies en inundaties worden ingekleurd. Zo’n ‘muraalkaart’ hing dan op vele militaire bureaus en bij het Ministerie van Oorlog aan de wand. Als de kaart werd bijgewerkt werd die op hoofdlijnen actueel gehouden. Maar het droogvallen van de Haarlemmermeer verdiende een nieuwe aanpassing.

Een halve eeuw dienst
‘De kaart van Kraijenhoff’ om het zo maar te zeggen, gold bijna een halve eeuw lang als algemene militaire overzichtskaart. De editie van 1875 werd vanwege andere beschikbare kaarten en doordat de chef met pensioen ging, niet voltooid. De techniek haalde de tijd in. Meer en meer werden de bladen van de Topografisch Militaire Kaart (TMK schaal : 50.000) als bron benut, waardoor de kaart van Kraijenhoff aan betekenis inboette.

De negen bladen die geduldig liggen te wachten in een lade van stelling negen zijn heel bijzonder. Blad voor blad zijn de kaartbladen prachtig ingekleurd. Wilden ze de bladen als een grote kaart ophangen? Ze zijn er nooit aan toegekomen.

Ester Smit