Meertjesmysterie en meer

  • Kaart, derde staat
  • Kaart, tweede staat
30-03-2018

Eind 2017 kregen wij de kans om twee kaarten aan te schaffen. Zoals wel vaker gebeurt bij kaarten, kwamen er een aantal mysteries aan het licht.

Kaart, derde staatKaart, tweede staat

 

 

 

 

 

 

(Klik op de kaarten voor groter beeld)

Vanaf 1648
Tot midden zeventiende eeuw zijn er van Overijssel geen afzonderlijke kaarten gemaakt. Dat wil zeggen, er werden wel kaarten vervaardigd waarop Overijssel stond, maar dan altijd met bijvoorbeeld Friesland, Drenthe of Gelderland erbij weergegeven. Het oudste kaartje waarop (ook) Overijssel voor het eerst voorkomt stamt uit rond 1524 en is gemaakt door Johannes Grüninger. Pas in 1648 verschijnt de eerste kaart van Overijssel, vervaardigd door Nicolaas ten Have in opdracht van de Ridderschap en Steden (kort gezegd de voorloper van de provincie).

De kaart uit 1648 diende anderhalve eeuw als uitgangspunt voor kaarten van Overijssel, in diverse formaten. Het kwam dus voor dat men onbewust fouten overnam bij het afdrukken van nieuwe kaarten, maar de koperplaten werden ook bijgewerkt omdat niet alles op een kleiner formaat paste. Verbeterd werd er ook; foute spellingen werden voorzichtig weg geklopt en vervangen, of er werden nieuwe wegen, dijken of andere details toegevoegd. Dat laatste is handig, want op basis van dergelijke details kunnen we de kaarten dateren. De kaarten die na het aanpassen van de koperplaat werden gedrukt vormen de tweede staat, of - afhankelijk van het aantal daarop volgende wijzigingen - derde, of vierde staat. Een kaartdrukker die oude koperplaten in zijn bezit had gekregen, voegde dikwijls zijn naam toe, naast die van de maker. Daardoor kunnen we nu na wat zoekwerk de staat bepalen en de kaart dateren. Gemakkelijker gezegd dan gedaan.

‘Transisalania Provincia vulgo Over-Yssel’
Op de twee kersvers aangekochte kaarten met bovenstaande exotische titel zijn duidelijk persoonsnamen te zien. Er staat ‘auctore N. Ten Have’ en ‘emendata a F. de Wit’, wat wil zeggen dat Nicolaas ten Have de kaart maakte, maar dat Frederik de Wit die kaart gebruikte voor zijn uitgave met aangepast formaat en gewijzigde details. In een naslagwerk, de cartobibliografie van Overijssel, geschreven door Joost Augustijn, staan alle kaarten van Overijssel van 1524 tot 1800 op een rijtje. De Wit komt er met drie vermeldingen ook in voor, met de kaart N. ten Have als uitgangspunt. Daaronder staan nog een tweede en een derde staat beschreven. Bij de tweede staat rechtsboven de letter E vermeld. Dit bleek een mooi detail om die kaart bij aankoop goed te herkennen.



Met andere woorden, Frederik drukte een kaart in ongeveer 1680 waarop hij zijn naam rechts bovenaan toevoegde, rechtsonder vermeldde hij het adres van zijn werkplaats in Amsterdam. Vervolgens werd de koperplaat bijgewerkt voor een nieuwe uitgave van dezelfde kaart (tweede staat). Bij de laatste bijwerking (derde staat) valt rechts onderaan niet meer F. de Wit te lezen, maar ‘’t Amsterdam bij I. Côvens en C. Mortier’, althans volgens de cartobibliografie van Augustijn. Waarschijnlijk ging de koperplaat over op een andere eigenaar.


De eerste kaart uit 1680 ligt al jaren in het depot van Historisch Centrum Overijssel. Bij de aankoop ging het om de tweede en derde staat. Zo was het idee.

Klopt het?
De aangeschafte kaarten zijn verschillend ingekleurd, maar iedere eigenaar had zijn eigen kleurvoorkeur, of eenieder had een kaart voor eigen doel aangeschaft. Alles klopt aan de twee kaarten; de letter E rechtsboven, de naam van F. de Wit en zijn adres rechts onderaan. Maar dan: als we de twee kaarten goed bekijken klopt het ook weer niet. Op de oudste kaart (tweede staat), die met de letter E, komen meer details voor dan op de derde staat. Er staan meer veenafgravingen in de buurt van de Drentse grens, er liggen meer wegen en grensaanduidingen in het noorden, er staat Drentiae in koeienletters, er stromen meer riviertjes links van de IJssel ter hoogte van Deventer, en er is links iets boven Deventer een meertje te zien. Sommige namen (vooral van de Gelderse plaatsen) zijn anders gespeld; bijvoorbeeld Senderen in plaats van Zenderen. Op de jongere kaart (derde staat) zijn deze en andere details verdwenen. Juist langs de IJssel zijn de kaarten heel verschillend. Weg geklopt van de koperplaat? Bijgewerkt? Dat zou kunnen. Immers, beken kunnen droogvallen en veen wordt weggegraven, maar meren verdwijnen niet zomaar.

Op het eerste gezicht is de kaart zonder de letter E dus ouder, omdat er minder details op staan die later zijn toegevoegd. Maar volgens de cartobibliografie van Augustijn is de tweede staat ouder. Rechtsonder zouden op de derde staat de namen I. Côvens en C. Mortier staan, en niet meer F. Wit. Bij het aangekochte exemplaar echter prijkt de naam F. De Wit met adres nog steeds rechtsonder.

Het wordt wat ingewikkeld. De kaart met de letter E is ouder, maar lijkt door meer details jonger. De andere kaart is dus ouder, maar er staat F. de Wit rechtsonder en niet I. Côvens en C. Mortier.

Meertjesmysterie en meer
Wat is hier aan de hand? Hebben ze vroeger een fout gemaakt? Hebben ze bij I. Côvens en C. Mortier per ongeluk de naam F. de Wit laten staan? Dan hebben we van doen met een nog andere staat dan bekend is, een vierde of misschien wel een vijfde staat. Maar hoe zit dat met het meertje, de beken, grenzen en plaatsnamen? Wie heeft wat gewijzigd op welke koperplaat? Waren er verschillende en/of meerdere koperplaten in omloop? Koper was toch erg duur en het ingraveren een tijdrovend karwei. Moeten we Augustijn herschrijven? Verwarring alom, maar wie weet wat er nog meer in de kaartenhandel opduikt, wat het nog mysterieuzer maakt, of dit mysterie juist oplost.

Voorlopig kunnen we genieten van deze twee prachtige aanwinsten, die laten zien dat er kennelijk aan de overzijde van de IJssel, iets boven Deventer een meertje is verdwenen.

- Ester Smit, team Collecties