Hoe komt Deventer aan de benaming 'drukkersstad'?

Sluisstraat 23-25: Zetterij en Drukkerij van Deventer Boek- en Steendrukkerij vh fa. J. de Lange

Omstreeks 1477 kwam de boekdrukker Richard Paffraet uit Keulen naar Deventer. In dat jaar kwam de oudst bekende Deventer druk van zijn pers en daarmee begon voor Deventer de geschiedenis als drukkersstad, die tot op de dag van vandaag voortduurt. In 1483 begon een tweede drukker in Deventer, Jacob van Breda. De opkomst en eerste grote bloei van de boekdrukkunst in Deventer hingen nauw samen met de bloei van de Latijnse school. Docenten aan de Latijnse school waren vaak de drukkers behulpzaam bij hun uitgaven. In de eerste 25 jaar na de vestiging van Paffraet verschenen veel theologische werken, waaronder preken en andere stichtelijke uitgaven, Latijnse schoolboeken en teksten van klassieke schrijvers in Deventer.

Een belangrijke uitgave was de jaarlijks terugkerende Deventer almanak. De oudste uitgave dateert van omstreeks 1480; de traditie werd voortgezet tot ver in de twintigste eeuw. De drukkers waren er voorts op gebrand het regelmatig verschijnende drukwerk voor de stad en het Athenaeum (opgericht in 1630) te mogen leveren. 

In een tijd waarin specialisatie in het bedrijfsleven nog niet ver was doorgevoerd, was een boekdrukker vaak tevens boekverkoper, uitgever en boekbinder.

De drukkerijen gingen dikwijls van vader op zoon over. Zo waren opvolgers van Richard Paffraet diens zoon Albert en kleinzoon Richard. Meerdere malen ook zette de weduwe het bedrijf voort. Engeltje Marinus, vrouw van de stadsdrukker Enoch de Vries, werd na zijn overlijden 'stadsdrukkersche'. In 1738 trad Jan de Lange bij haar als meesterknecht in dienst. Later begon hij voor zichzelf en in 1779 volgde zijn benoeming tot stadsdrukker. Een eeuw later, in 1885, werd het door De Lange gestichte familiebedrijf een N.V.: de Deventer Boek- en Steendrukkerij, vroeger firma J. de Lange. Het bedrijf leeft nog voort als Drukkerij Salland De Lange aan de Hamburgweg.

Na de aanvankelijke grote bloei in het laatste kwart van de 15e en de eerste helft van de 16e eeuw eeuw ging het na 1650 met de boekdrukkunst in Deventer bergafwaarts. Dit was vooral het gevolg van de Tachtigjarige Oorlog en de economische teruggang van Deventer, die daarmee gepaard ging. De oprichting van het Athenaeum zorgde voor een opbloei, die echter maar enkele decennia standhield. In de 18e en 19e eeuw waren er vooral kleine drukkerijen, die naast elkaar werkten. In de loop van de 20e eeuw vestigden zich twee belangrijke nieuwe drukkerijen in de stad. In 1901 was dat de drukkerij van R. Borst, later drukkerij De IJsel geheten, die zich specialiseerde in mooi drukwerk. In 1931 kwam vanuit Leiden de N.V. Nederlandsche Diepdruk Inrichting naar Deventer, die zich toelegde op het drukken van geïllustreerde tijdschriften in grote oplagen, bijvoorbeeld Margriet, Libelle, Story. Het laatstgenoemde bedrijf bestaat nog onder de naam Roto Smeets.

Een belangrijke impuls voor de grafische industrie in Deventer in de 20e eeuw was de vestiging van uitgeverij Kluwer in 1891. Deze uitgeverij, later met eigen drukkerijen, groeide uit tot een belangrijk concern. Thans maakt zij deel uit van het Wolters-Kluwerconcern.

Voor wie meer wil weten:

  • G.J. Lugard Jr., Vijf eeuwen Deventer. Een beschouwing over de culturele en commerciële ontwikkeling van de "Heerlicke Keyser Vrie Anse Stadt" en de plaats die de drukkers daarbij innamen. Deventer 1949.
  • F. Th. Holsboer, Vijftig jaren De IJsel. Deventer 1949.
  • A.C.F. Koch, Zwarte kunst in de Bisschopstraat. Boek en druk te Deventer in de 15de eeuw. Deventer 1977.
  • N. Kuik, De geschiedenis van drukkerij de Lange/van Leer. Deventer 1977.
  • B. Hesselink, Een Heeren Zaak. Een arbeidshistorie in diepdruk 1931-1988. Deventer 1988.
  • W. Coster, Æbele Everts Kluwer (1861-1933). Denker tussen Vraag en Aanbod. In: Deventer Jaarboek 1989, p.7-49.
  • H.J. Nalis en J.L. Salman, "Wie sal ick dan wes goedes konnen prognosticeren?". Deventer almanakken en prognosticaties in roerige tijden (1555-1610). In: Deventer Jaarboek 1994, p. 6-39.